Hoe kunnen we helpen?

Categorieën

Handreiking bij neusverkouden kinderen (versie 19-4-2021)

U bent hier:
<<< Terug naar vorige pagina

De Rijksoverheid werkt regelmatig de informatie bij over corona en de bestrijding van deze pandemie. Wij volgen deze informatie nauwlettend, door ontwikkelingen is het echter mogelijk dat de informatie snel wijzigt. Het RIVM heeft een handreiking gemaakt over neusverkouden kinderen.

Onderstaand de handreiking zoals deze op 23 maart 2021 is vastgesteld.

De meest recente versie treft u via deze link aan.

Handreiking bij neusverkouden kinderen

Achtergrond

Om verspreiding van COVID-19 tegen te gaan moet in Nederland iedereen die klachten heeft die bij COVID-19 passen thuisblijven. De belangrijkste klachten bij COVID-19 zijn verkoudheidsklachten (zoals loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn) en/of hoesten en/of benauwdheid en/of plotseling verlies van reuk of smaak en/of verhoging of koorts boven de 38 graden.

Voor kinderen van 0-4 jaar geldt een uitzondering: zij mogen met verkoudheidsklachten naar de opvang.

In deze handreiking worden de algemene term ‘opvang’ gebruikt voor dagopvang en gastouderopvang. De buitenschoolse opvang (en het andere deel gastouderopvang) valt onder het advies voor kinderen van 4-12 jaar. Voor een kind dat naar de opvang gaat, gelden de regels van die soort opvang ongeacht de leeftijd.

Voor kinderen van 4-12 jaar die naar het primair onderwijs* gaan, is het thuisblijf- en testbeleid vanaf 8 februari aangepast en gelijkgetrokken met dat voor oudere kinderen in het voortgezet onderwijs en volwassenen. Zij moeten met alle klachten passend bij COVID-19 thuisblijven en getest worden, dus ook bij verkoudheidsklachten (zoals loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn). Dit hoeft niet als ze af en toe hoesten of bekende chronische luchtwegklachten, astma of hooikoorts hebben zonder koorts en benauwdheid. Aanleiding voor deze aanpassing is de heropening van de kinderopvang en het primair onderwijs per 8 februari, waarbij de huidige epidemiologische situatie, de onderzoeksresultaten van het grootschalige onderzoek in gemeente Lansingerland van de GGD Rotterdam-Rijnmond en Erasmus MC en de opkomst van nieuwe varianten is meegewogen.

* Voor een kind dat naar het primair onderwijs gaat, gelden de regels voor kinderen 4-12 jaar ongeacht de leeftijd.

Overwegingen

Het thuisblijf- en testbeleid voor jonge kinderen is anders dan voor oudere kinderen en volwassenen. Bij kinderen verloopt COVID-19 meestal niet ernstig, hun rol in de transmissie van SARS-CoV-2 lijkt beperkt te zijn en zij hebben een andere epidemiologie van luchtweginfecties als COVID-19 (zie Kinderen en COVID-19). Jonge kinderen zijn vaak en bij herhaling verkouden. Dit wordt meestal veroorzaakt door een van de vele verkoudheidsvirussen en gaat vanzelf weer over. Als de algemene maatregelen bij COVID-19 worden aangehouden, worden deze jonge kinderen echter vaak en bij herhaling geweerd van de opvang. Dit is niet wenselijk met het oog op de ontwikkeling van de kinderen.  

Advies

Wanneer mogen kinderen met klachten naar de kinderopvang of basisschool en wanneer moeten kinderen met klachten thuisblijven?

Kinderen van 0 t/m 12 jaar die getest worden, blijven thuis totdat de uitslag bekend is. Als de testuitslag negatief is, mogen kinderen naar school of kinderopvang tenzij er een quarantaine-advies geldt zoals in de volgende situaties:

  • Kinderen die getest worden, blijven thuis totdat de uitslag bekend is. 
  • Kinderen die bij iemand in huis wonen die naast (milde) klachten die passen bij COVID-19, ook koorts heeft en/of benauwd is. Dan geldt: iedereen in het huis blijft thuis totdat die persoon een negatieve testuitslag heeft.
  • Kinderen met een huisgenoot met COVID-19.
  • Kinderen die een nauw contact zijn van iemand met COVID-19.
  • Kinderen die terugkomen uit een hoogrisicogebied. 

Kinderen van 0-4 jaar 

Kinderen van 0-4 jaar mogen naar de opvang:

  • met verkoudheidsklachten (zoals loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn);
  • als ze af en toe hoesten;
  • met bekende chronische luchtwegklachten, astma of hooikoorts zonder koorts en/of benauwdheid;
  • bij ontstaan van nieuwe klachten passend bij COVID-19 <8 weken na eerste ziektedag (of testdatum bij een asymptomatisch infectie) van een bevestigde SARS-CoV-2-infectie.
     

Maar verder blijven ze zoveel mogelijk thuis (bijvoorbeeld niet op bezoek bij anderen). Ook moeten zij thuisblijven bij verergering van deze klachten met hoesten, koorts en/of benauwdheid, of als zij getest gaan worden en/of in afwachting zijn van het testresultaat.

stroomschema

Let op! Kind ernstig ziek? → Verwijs naar de huisarts. Er is een dringend advies om te testen. Iedereen blijft thuis.
Zie voor kinderen die niet getest worden ‘Wat als een kind met klachten niet getest wordt?’.
NB. Zorgmedewerkers die met zeer kwetsbare personen werken kunnen hun kinderen altijd laagdrempelig laten testen, ook als zij milde klachten hebben.

* Bovenstaande geldt niet voor een kind met klachten waarbij eerder (<8 weken) een SARS-CoV-2-infectie is vastgesteld. Bij een hersteld kind die een SARS-CoV-2-infectie heeft doorgemaakt, met een eerste ziektedag minder dan 8 weken geleden, en die nu een nieuwe klachtenepisode heeft, is opnieuw testen en isolatie niet nodig. Zie ook de richtlijn COVID-19.

Kinderen van 4 t/m 12 jaar (primair onderwijs)

Kinderen van 4 t/m 12 jaar mogen met klachten niet naar school of naar de voorschoolse- en buitenschoolse opvang en blijven thuis. Dit geldt zowel bij milde klachten (loopneus, verkoudheid, niezen en keelpijn) als bij zware klachten (veel hoesten, koorts of benauwdheid). Uitgezonderd zijn kinderen die:

  • af en toe hoesten;
  • bekende chronische luchtwegklachten hebben;
  • bekend zijn met astma of hooikoorts zonder koorts en/of benauwdheid;
  • nieuwe klachten passend bij COVID-19 ontwikkelen <8 weken na de eerste ziektedag (of testdatum bij een asymptomatisch infectie) van een bevestigde SARS-CoV-2-infectie.

Deze kinderen mogen wel naar school en de voorschoolse- en buitenschoolse opvang, tenzij de klachten verergeren of nieuwe klachten passend bij COVID-19 ontstaan. 

stroomschema

Let op! Kind ernstig ziek? → Verwijs naar de huisarts. Er is een dringend advies om te testen. Iedereen blijft thuis.
Zie voor kinderen die niet getest worden ‘Wat als een kind met klachten niet getest wordt?’.

* Bovenstaande geldt niet voor een kind met klachten waarbij eerder (<8 weken) een SARS-CoV-2-infectie is vastgesteld. Bij een hersteld kind die een SARS-CoV-2-infectie heeft doorgemaakt, met een eerste ziektedag minder dan 8 weken geleden, en die nu een nieuwe klachtenepisode heeft, is opnieuw testen en isolatie niet nodig. Zie ook de richtlijn COVID-19.

Testen

Alle kinderen van 0-12 jaar (groep 8) met klachten passend bij COVID-19 kunnen getest worden. 

In de volgende gevallen wordt testen van kinderen 0-4 jaar in ieder geval dringend geadviseerd: 

  • Het kind heeft naast verkoudheidsklachten ook koorts en/of is benauwd en/of hoest (meer dan incidenteel) – hierbij geldt: het kind laat zich testen en mag in principe bij een negatieve testuitslag weer naar de opvang.
  • Het kind is ernstig ziek – laat in die gevallen contact opnemen met de huisarts; die kan besluiten om het kind te laten testen.
  • Het kind heeft klachten die passen bij COVID-19 EN is een huisgenoot (categorie 1-contact) van iemand die COVID-19 heeft.
  • Het kind heeft klachten die passen bij COVID-19 EN is een contact (categorie 2- of 3-contact) van iemand die COVID-19 heeft.
  • De GGD adviseert testen omdat het kind deel uitmaakt van een uitbraakonderzoek.
     

Dit geldt ook voor kinderen 4-12 jaar met toevoeging dat zij ook al een dringend testadvies hebben bij verkoudheidsklachten. 

N.B. Bij jonge kinderen kan overwogen worden om PCR te verrichten op speeksel afgenomen met een sabbelwat in plaats van een keel- en neusswab. Zie voor meer informatie de paragraaf diagnostiek in de LCI-richtlijn COVID-19 en de Aanvullende informatie diagnostiek COVID-19

Wat als een kind met klachten niet getest wordt?

Een kind met klachten dat niet is getest, mag weer naar de kinderopvang of school als het 24 uur volledig klachtenvrij is. In het geval van aanhoudende milde klachten* mag het kind weer naar de kinderopvang of school na 7 dagen nadat de klachten zijn begonnen, tenzij er nog een quarantaine-advies geldt (zie onder kopje ‘Wanneer mogen kinderen met klachten naar de kinderopvang of basisschool en wanneer moeten kinderen met klachten thuisblijven?’).

*Hieronder vallen verkoudheidsklachten (zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn) en af en toe hoesten.

Beleid voor huisgenoten

Thuisblijven voor huisgenoten bij kind met verkoudheidsklachten

Voor huisgenoten van een kind met verkoudheidsklachten zonder koorts en/of benauwdheid, dat naar de kinderopvang of de basisschool gaat, geldt dat zij niet thuis hoeven te blijven, mits zij zelf geen klachten hebben. Ook niet als het verkouden kind een contact is van iemand met bevestigde COVID-19 en getest wordt.

Huisgenoten van kinderen van 0-12 jaar moeten thuis blijven indien het kind naast milde klachten die passen bij COVID-19 ook koorts heeft en/of benauwd is, en uiteraard wanneer het kind positief wordt getest. Zij mogen uit quarantaine als het kind negatief getest is.

Als een kind met milde klachten en koorts en/of benauwdheid niet wordt getest, blijven de huisgenoten thuis tot het kind 24 uur volledig klachtenvrij is (met een maximum van 7 dagen na de 1e ziektedag in het geval van aanhoudende milde klachten). Daarna mogen kinderen met milde klachten* weer naar kinderopvang of school en de huisgenoten uit quarantaine. 

*Hieronder vallen verkoudheidsklachten (zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn) en af en toe hoesten.

Bovenstaande adviezen worden regelmatig geëvalueerd en op basis van de epidemiologische ontwikkelingen zo nodig aangepast. Zie ook de Beslisbomen verkouden kinderen op de website van het AJN.

Versiebeheer

  • 23-03-2021: Verduidelijking van alinea ‘Wat als een kind met klachten niet getest wordt?’
  • 02-03-2021: Verduidelijking van klachten en thuisblijfbeleid.
  • 22-02-2021: Verduidelijking van aanhoudende milde klachten.
  • 18-02-2021: Een advies bij hernieuwde klachten <8 weken na een bevestigde SARS-CoV-2-infectie is toegevoegd.
  • 08-02-2021: De indicatie voor thuisblijven is aangevuld en compleet gemaakt. 
  • 05-02-2021: N.a.v. het 99e OMT is het advies aangepast. Alleen kinderen van 0 tot 4 jaar mogen met verkoudheidsklachten naar de opvang. Kinderen van 4 tot en met 12 jaar met verkoudheidsklachten moeten thuisblijven en krijgen het advies om zich te laten testen. Het thuisblijfbeleid voor huisgenoten is ook aangepast, zij blijven ook thuis als een kind naast milde klachten koorts/benauwdheid heeft.
  • 06-01-2021: Het testbeleid voor kinderen t/m groep 8 is gelijk getrokken met kinderen op het voortgezet onderwijs n.a.v. het 94e OMT-advies. Tussen 18 september en 18 november gold een gewijzigd testbeleid bij noodzaak van prioritering vanwege capaciteitstekorten (OMT 77) waarbij kleine kinderen (0 tot 4 jaar) en kinderen die op de basisschool zitten enkel in bepaalde uitzonderingssituaties getest werden. Vanaf 17 november werd het testbeleid herzien aangezien de testcapaciteit weer op orde was. Van 17 november tot 5 januari werden kinderen voornamelijk op indicatie getest.
  • 04-12-2020: Onder ‘Thuisblijven voor huisgenoten bij kind met verkoudheidsklachten’ is toegevoegd dat indien een kind dat contact is van iemand met bevestigde COVID-19 alleen verkoudheidsklachten heeft, de huisgenoten niet thuis hoeven te blijven in afwachting van de testuitslag, maar wel thuisblijven wanneer het kind vervolgens positief wordt getest. De beslisboom is hierop eveneens aangepast.
  • 27-11-2020: Beleid voor huisgenoten voor kinderen van 0 tot en met 6 jaar aangepast n.a.v. 88e OMT-advies.
  • 17-11-2020: De handreiking is geactualiseerd naar aanleiding van het OMT-advies (OMT 87) en betreft hoofdzakelijk het aangepaste testbeleid voor kinderen t/m de basisschoolleeftijd. Nu de testcapaciteit weer op orde is en prioritering niet langer noodzakelijk, gaf dit gegeven – samen met de huidige epidemiologische situatie en inzichten – aanleiding voor een nieuw advies. Het advies is nu verwerkt in de handreiking. In het nieuwe advies is een onderscheid gemaakt tussen kinderen t/m groep 2 van de basisschool enerzijds en kinderen vanaf groep 3 t/m 8. Jonge kinderen, t/m groep 2 basisschool (0 t/m 6 jaar), met verkoudheidsklachten en koorts en/of benauwdheid hoeven in principe niet getest te worden. Testen mag wel, maar is geen dringend advies, tenzij in het kader van BCO of als zij ernstig ziek zijn. Kinderen van groep 3 t/m 8 (7 t/m 12-jarigen) met alleen verkoudheidsklachten hoeven in principe niet getest te worden. Testen mag wel, maar is geen dringend advies. Testen wordt wel dringend geadviseerd in het kader van BCO, of als het kind ook koorts en/of benauwdheid heeft of anderszins ernstig ziek is, of als het kind deel uitmaakt van een uitbraakonderzoek en testen door de GGD geadviseerd wordt. Kinderen mogen met verkoudheidsklachten/neusverkoudheid naar KDV of school, maar moeten thuisblijven bij verergering van deze klachten met koorts en/of benauwdheid. Tevens wordt er nu nadrukkelijker gewezen op de mogelijkheid om te testen door middel van de speekseltest.
  • 01-10-2020: De data onder Overwegingen is geactualiseerd conform informatie op www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/kinderen. De paragrafen Advies en Testen zijn duidelijker geformuleerd. Het beleid voor huisgenoten is toegevoegd als aanvulling op dit beleid. In de paragraaf Achtergrond stond dat wijziging in het testbeleid per 18 september betrekking had op ‘kinderen t/m 12 jaar’; dit is nu anders geformuleerd: ‘kleine kinderen (0 tot 4 jaar) en kinderen die op de basisschool zitten’. Als scholen of kinderopvangorganisaties de gebruikelijke groepsindeling niet hanteren, geldt dit voor kinderen tot en met 12 jaar.
  • 29-09-2020: beleid: Kinderen tot en met de basisschoolleeftijd mogen naar de kinderopvang, andere vormen van kinderopvang en naar de basisschool met verkoudheidsklachten (zoals loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn) zonder koorts of benauwdheid. Zij moeten thuisblijven als: – Het kind naast verkoudheidsklachten ook koorts heeft en/of benauwd is en/of (meer dan incidenteel) hoest. Het kind blijft thuis totdat deze klachten minimaal 24 uur over zijn. – Het kind een contact (categorie 2 of 3) is van een patiënt met een bevestigde SARS-CoV-2-infectie EN het kind klachten heeft die passen bij COVID-19. – Het kind bij iemand in huis woont, die naast milde klachten die passen bij corona ook koorts heeft en/of benauwd is. Iedereen in het huis blijft dan thuis totdat die persoon een negatieve testuitslag heeft. – Het kind een huisgenoot is van iemand met een bevestigde SARS-CoV-2-infectie. Zie Kinderen en COVID-19.
  • 25-09-2020: Toegevoegd: Huisgenoten van een kind met klachten die op de kinderopvang of de basisschool zit hoeven niet thuis te blijven zolang zij zelf geen klachten hebben. Als het kind positief getest wordt, blijft iedereen thuis.
  • 19-09-2020: Aangepast n.a.v. gewijzigde beleid thuisblijven bij klachten voor kinderen t/m 12 jaar.
  • 02-07-2020: De voorwaarde ‘volwassen gezinslid met klachten passend bij COVID-19’ voor thuishouden kind is aangepast naar ‘iemand in het huishouden met koorts of benauwdheid’.
  • 18-06-2020: Aangepast omdat er onduidelijkheid was over de leeftijd.
  • 17-06-2020: Geheel herziene versie : Kinderen van 0- 6 jaar met neusverkoudheid zonder koorts mogen naar kindercentrum en groep 1 of 2 van de basisschool.
  • 11-06-2020: Elk kind met neusverkoudheid kan op verzoek van de ouders getest worden, maar testen is niet verplicht. 
  • 29-05-2020: Klachten passend bij COVID-19 zijn gewijzigd.
  • 12-05-2020: Eerste versie.

Was dit artikel behulpzaam?
0 out Of 5 Stars
5 Stars 0%
4 Stars 0%
3 Stars 0%
2 Stars 0%
1 Stars 0%
How can we improve this article?
Inhoudsopgave