Gevolgen wet IKK

In 2019 gaat er als gevolg van de wet IKK (Innovatie kwaliteit kinderopvang) veel veranderen in de kinderopvang. U als ouder zal daar in de dagelijkse praktijk niet veel van merken maar de kinderopvangorganisaties des te meer. Een aantal van deze wettelijke wijzigingen zullen leiden tot een kwalitatieve verbetering maar zorgen er ook voor dat we genoodzaakt zijn geweest om ons tarieven beleid in zijn geheel aan te passen. De belangrijkste wijzigingen en oorzaken van deze kostenverhogingen zijn;

1. De beroepskracht / kindratio (BKR) zal wijzigen in 2019. Per pedagogisch medewerker (PM’er) mogen voortaan nog maar 3 baby’s van 0-12 maanden worden opgevangen in plaats van nu nog 4 baby’s.
2. De BKR in de BSO wordt daarentegen verhoogd terwijl het uurtarief dat in aanmerking komt voor de kinderopvangtoeslag wordt verlaagd. Kinderen vanaf zeven jaar mogen dan met 12 kinderen in een stamgroep door 1 PM’er worden opgevangen. Nu zijn dat nog 10 kinderen. KSH wil dit echter niet invoeren om de volgende redenen;

    o Onvoldoende vierkante meters om aan de eis per kind te voldoen
    o Onvoldoende bezetting om dit te realiseren.
    o Niet wenselijk / mogelijk in verband met veel bijzondere activiteiten waarbij minder toezicht onwenselijk is zoals bij zwemles, andere activiteiten buiten de deur en Sport & Experience activiteiten
    o Met minder PM’ers kunnen niet alle kinderen van de diverse scholen worden opgehaald. Dit zou dan extra taxikosten met zich mee brengen
    o Onvoldoende kinderen van 7 jaar of ouder (bij een aantal van 60 kinderen zouden we dus 1 PM’er kunnen besparen 5*12=60 kinderen met 5PM’ers).
    o Een aantal van de wettelijke beperkingen zijn in de kostenberekening van de overheid niet meegenomen zoals het werken met stamgroepen, het vaste gezichten criterium en het verplaatsen van kinderen naar andere groepen (zie rapport Buitenhek bijlage 3.)
    o Veel vestigingen hebben een groot aantal kinderen die een hoge mate van pedagogische aandacht vergen van de PM’ers. Het gevolg daarvan zal zich vertalen in een forse toename van de werkdruk en het daarmee gepaard gaande hogere ziekteverzuim.

3. Vanaf 1 januari 2019 moet er op elke vestiging een beleidsmedewerker ingezet worden voor het coachen van de pedagogische medewerkers en het operationele management. Het aantal uur minimale inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker op jaarbasis is afhankelijk van het aantal fte aan pedagogisch medewerkers en het aantal kindercentra, volgens de volgende rekenregel: (50 uur x het aantal kindercentra) + (10 uur x aantal fte pedagogisch medewerkers).
4. Er zijn beperkingen opgenomen voor het formatief inzetten van leerlingen.
5. Pedagogisch medewerkers moeten extra geschoold worden voor het pedagogisch handelen bij baby’s.
6. In de kinderopvang wordt het net zoals in andere branches steeds moeilijker om geschikt personeel te vinden. KSH heeft derhalve besloten om extra studenten die een BBL opleiding volgen een stageplaats aan te bieden binnen onze organisatie. Wij hopen hiermee deze studenten aan ons te binden zodat zij later zullen kiezen voor een baan bij KSH. Gemiddeld genomen mogen deze studenten in het eerste jaar niet formatief worden ingezet terwijl zij wel een salaris krijgen. Daarnaast betaald KSH de kosten voor hun opleiding. Verder heeft KSH een uitgebreide opleidingsregeling opgenomen voor de huidige en toekomstig in dienst zijnde PM’ers de mogelijkheid te bieden zich te laten scholen tot MBO 4 niveau en/of HBO niveau. Verder worden er allerlei specialistische opleidingen aangeboden zoals het eerder genoemde pedagogisch handelen bij het jongste kind, Tink (Taal interactie vaardigheden), Gordon (een communicatie training in het omgaan met kinderen) etc.
7. De cao gerelateerde kostprijsverhogingen en de reguliere kostprijsindexeringen.

NETTO KOSTEN KINDEROPVANG