TINK

Wat houdt dit nu in?
Binnen KSH zijn enkele trainers TINK werkzaam. Zij geven aan onze pm-ers trainingen TINK; Taal en Interactievaardigheden in de Kinderopvang. Een mond vol, maar wel een titel die de lading dekt van deze training.

In deze training worden de pedagogisch medewerkers (PM) met behulp van video begeleiding zich bewust van hun taalgebruik en de interactie tussen hen en de kinderen.

In de training staan steeds de volgende vragen centraal:

  • Wat doe je?,
  • Wat zeg je?
  • Hoe zeg je dat?

Het werken met TINK sluit aan bij het ontwikkelingsstimuleringsprogramma “ben ik in beeld” waarmee op onze kinderdagverblijven wordt gewerkt. Ook daar staan interactievaardigheden centraal.

Ook bij het communiceren volgens Gordon is er een klik met de taalvaardigheden van de medewerkers. Bij deze methode ligt ook de nadruk op de manier waarop we iets zeggen en beschrijven we wat we doen of het kind zien doen.

In de interactie met degene die het kind verzorgt leert een baby geleidelijk aan de regels van de beurtwisseling bij communicatie. Deze manier van communiceren wordt extra duidelijk op de locaties waar we werken met babygebaren.

Kinderen communiceren al met anderen voordat ze enige taal beheersen. Zo is een baby al heel goed in staat om met zijn verzorger te communiceren door gebruik te maken van oogcontact, gezichtsuitdrukkingen, gebaren, aanraking en geluiden.

Maar ook op onze kidsclubs en vestigingen waar niet met babygebaren gewerkt wordt is de TINK training een geweldig instrument voor de PM.

Kinderen leren taal door interactie met de personen in hun omgeving. Volwassenen helpen het kind om zijn taalvaardigheid verder te ontwikkelen. Om een taal goed te leren, is het nodig dat kinderen veel zelf praten.